Stef was al doodziek toen hij bij ons binnen kwam. De coördinator was bij hem in het ziekenhuis op intake geweest, en er was twijfel of hij vervoer met de ambulance naar het hospice wel zou overleven.
Stef begreep dit, en zijn familie ook, maar ze wilden het risico aan, om – al zou het maar voor de laatste uren zijn – in het hospice nog samen te kunnen zijn. ‘Een ziekenhuis is geen plek om te sterven’, zei Stef.
Aan het begin van de avond werd hij door de ambulance broeders naar binnen gereden.
Zijn familie was er al. Ze hadden eten meegenomen, Stefs lievelingseten. Stef kwam op bed te liggen en voelde meteen dat het goed was: ‘Hier wil ik zijn, mét mijn familie!’
Ze aten samen en praatten af en toe wat. Wij lieten hen met rust, want al snel was duidelijk, dat ze met elkaar een bijzondere en intieme avond beleefden.
In de loop van de avond zakte Stef steeds meer weg, en aan het begin van de nacht stierf hij, met zijn geliefden om hem heen.
De familie zei de volgende ochtend, toen wij Stef met een ritueel uitgeleide deden: ‘Wij zijn zo ontzettend dankbaar, dat wij deze avond nog met elkaar mochten hebben! En wij weten zeker, dat Stef er óók dankbaar voor was’.
